Patronen zien bij een couveusekind: wat registreren wél en niet vertelt
Dit artikel is algemene informatie, geen medisch advies. Vraag je arts, jeugdverpleegkundige of de afdeling wat voor jouw kind geldt.
Na een paar weken thuis heb je honderden regels genoteerd: voedingen, luiers, slaapjes, spugen. Het is verleidelijk om daar antwoorden in te zoeken. Waarom huilt hij elke avond? Drinkt hij minder dan vorige week? Soms vind je in je notities een echt patroon. Soms vind je iets wat er alleen lijkt te zijn. Dit artikel helpt je het verschil te zien.
Wat registreren goed kan
Laten zien wat er gebeurd is. Dat klinkt eenvoudig, maar het is de grootste waarde. Om drie uur 's nachts weet niemand meer precies hoe laat de vorige voeding was. Op het consult vraagt de kinderarts hoe vaak hij spuugt, en dan heb je een antwoord dat niet afhangt van je geheugen of van hoe moe je bent.
Trends over dagen. Eén voeding zegt weinig. Het totaal per dag zegt meer, en een week naast een andere week nog meer. Groeit het deel dat je kind zelf drinkt? Worden de nachtelijke slaapblokken langer? Zulke langzame veranderingen zie je bijna niet als je er middenin zit, maar wel in een grafiek.
Vergelijken met je eigen kind. De nuttigste vergelijking is die met je kind van vorige week. Elk kind heeft een eigen ritme. Wat bij het ene kind een drukke dag is, is bij het andere gewoon. Een eigen basislijn van een week of twee laat zien wat voor jouw kind normaal is.
Het gesprek met je zorgteam voeden. Een kinderarts, diëtist of jeugdverpleegkundige kan meer met "de laatste vier dagen dronk hij elke avond 20 ml minder zelf" dan met "het gaat wat minder". Je notities maken je vraag concreet.
Waar het ophoudt
Een patroon is nog geen oorzaak. Misschien zie je dat hij onrustig is na voedingen waarbij hij veel zelf dronk. Dat kan iets betekenen. Het kan ook zijn dat jullie vooral 's avonds de fles geven, en dat hij 's avonds sowieso onrustiger is. Twee dingen die samen voorkomen, hoeven niet met elkaar te maken te hebben.
Kleine aantallen schommelen. Bij een paar registraties per dag is het verschil tussen een gewone en een opvallende dag klein. Drie poepluiers op dinsdag en één op woensdag kan gewoon toeval zijn. Hoe minder gegevens, hoe voorzichtiger je moet zijn met conclusies. Kijk liever naar meerdere dagen achter elkaar dan naar één uitschieter.
Wat je niet noteert, bestaat niet in je gegevens. 's Nachts vergeet je wel eens een luier op te schrijven, of noteer je een voeding pas een uur later. Op drukke dagen schrijf je minder op dan op rustige dagen. Een dag met weinig registraties hoeft dus geen rustige dag te zijn geweest. Zo kan een "patroon" ontstaan dat eigenlijk over jullie gaat, niet over je kind.
De tijd is een benadering. Noteer je het einde van een voeding, dan lijkt het interval soms korter of langer dan het was. Een slaapje dat je pas na tien minuten startte, lijkt korter. Dat is geen probleem, zolang je weet dat de klok niet tot op de minuut klopt.
Groeicurves zijn geen doel. Op een curve van de WHO of op de Fenton-curve voor prematuren staat je kind op een bepaalde lijn, een percentiel. Dat getal is geen cijfer. Een kind op de 10e percentiel is niet ongezonder dan een kind op de 50e. Artsen kijken vooral naar het verloop over tijd: blijft je kind ongeveer langs dezelfde lijn groeien, of buigt het af? Eén meting met een weegschaal die net anders staat, zegt daar weinig over.
Mijlpalen hebben een bandbreedte. Het Van Wiechen-schema van het consultatiebureau noemt per kenmerk een leeftijd waarop de meeste kinderen het kunnen. Bij een prematuur is dat de gecorrigeerde leeftijd. Een kenmerk dat nog niet lukt, is een aandachtspunt voor de JGZ, geen uitslag.
Een paar vuistregels
- Kijk naar meerdere dagen. Iets wat drie dagen achter elkaar anders is, is interessanter dan één uitschieter.
- Vergelijk met je eigen kind. Niet met de baby van de buren, en niet met een tabel.
- Noteer ook het gewone. Een overzicht met alleen de moeilijke momenten geeft een te somber beeld.
- Neem het mee, en laat het team concluderen. Je notities zijn materiaal voor het gesprek, niet de uitkomst ervan.
- Vertrouw ook je gevoel. Klopt er iets niet, ook al zien de cijfers er normaal uit, bel dan. Een grafiek ziet niet alles wat een ouder ziet.
Bronnen
- World Health Organization. WHO Child Growth Standards, 2006.
- Fenton TR, Kim JH. A systematic review and meta-analysis to revise the Fenton growth chart for preterm infants. BMC Pediatrics, 2013.
- Het Van Wiechen-ontwikkelingsonderzoek van de jeugdgezondheidszorg in Nederland.
Over Hidje
Hidje laat in Patronen grafieken zien over 7, 14 of 30 dagen. De kaart "Valt op" vergelijkt vandaag met de afgelopen een à twee weken van je eigen kind, en verschijnt pas als er minstens vijf dagen met genoeg registraties zijn. Dat is precies om de valkuilen hierboven te vermijden. Hidje stelt geen diagnose en geeft geen advies. Het zet op een rij wat jullie hebben genoteerd, zodat je het gesprek met je arts beter kunt voeren.