Thuis met sondevoeding: wat ouders bijhouden en waarom
Dit artikel is algemene informatie, geen medisch advies. Vraag je arts, jeugdverpleegkundige of de afdeling wat voor jouw kind geldt.
Veel couveusekinderen gaan naar huis voordat ze alles zelf kunnen drinken. Een neusmaagsonde vult dan aan wat er uit de fles of aan de borst niet in gaat. Thuis worden jullie zelf de mensen die dat bijhouden. Hier lees je wat ouders meestal noteren en waarom het team daarom vraagt.
Eerst dit: hoe je de sonde controleert, inbrengt of doorspuit, leer je van het ziekenhuis of de kinderthuiszorg. Dat verschilt per ziekenhuis en per kind. Dit artikel gaat alleen over het bijhouden.
Het voorschrift: ml per kilo per dag
De hoeveelheid voeding wordt in het ziekenhuis meestal uitgedrukt in milliliter per kilo lichaamsgewicht per dag. Dat getal wordt omgerekend naar een hoeveelheid per voeding. Een rekenvoorbeeld: bij 160 ml/kg/dag en een gewicht van 2,5 kilo is dat 400 ml per dag. Met acht voedingen per dag, elke drie uur, komt dat op 50 ml per keer.
Omdat je kind groeit, verandert het voorschrift steeds. Elke paar dagen of elke week wordt het opnieuw berekend, vaak na een weegmoment. Noteer daarom ook bij welk gewicht de huidige hoeveelheid hoort.
Wat je per voeding noteert
Bij elke voeding zijn er een paar gegevens die het team helpen.
- Tijdstip. Noteer je het begin of het einde? Dat maakt weinig uit, als je het maar steeds hetzelfde doet. De meeste ouders schrijven op wanneer de voeding klaar is.
- Totale hoeveelheid. Wat er in totaal in ging, zelf en via de sonde samen.
- Zelf gedronken. Hoeveel er uit de fles of aan de borst is gegaan. Bij borstvoeding is dit lastiger te meten. Sommige teams laten je dan voor en na wegen, andere schatten op duur of vragen je alleen bij te houden of het gelukt is.
- Via de sonde. Wat er overbleef en via de sonde is gegeven. Dit is het totaal min wat je kind zelf dronk.
- Bijzonderheden. Spugen, hikken, veel lucht, in slaap vallen tijdens het drinken, onrust. Kort, in een paar woorden.
Waarom het deel "zelf" zo belangrijk is
Het doel van sondevoeding thuis is meestal dat de sonde er op den duur uit kan. Het team kijkt daarom niet alleen naar het totaal, maar vooral naar welk deel je kind zelf drinkt, en of dat in de loop van dagen en weken groeit.
Eén voeding zegt daarover weinig. Een kind dat om drie uur 's nachts moe is, drinkt minder dan na een goed slaapje. Pas als je het per dag optelt, zie je de lijn: dinsdag 45% zelf, zaterdag 60%. Die lijn helpt de kinderarts, de diëtist of de logopedist om te bepalen wanneer de sonde kan worden afgebouwd.
Wat je daarnaast bijhoudt
- Luiers. Natte luiers geven een indruk van hoeveel vocht je kind binnenkrijgt. Poep zegt iets over de vertering. Ziekenhuizen geven vaak een kaart mee met poepkleuren. Bij grijs-witte, rode of zwarte poep neem je contact op met de arts.
- Spugen. Een beetje spugen is bij baby's gewoon. Het helpt wel om te weten hoe vaak en hoeveel, vooral als het team vraagt of het meer wordt.
- Gewicht. Thuis wegen is meestal niet de bedoeling, tenzij het team daarom vraagt. Vaak weegt de wijkverpleegkundige of het consultatiebureau. Noteer de uitkomst, met datum. Het gewicht wordt uitgezet op de groeicurve: eerst vaak de Fenton-curve voor prematuren, later de WHO-curve op gecorrigeerde leeftijd.
- Medicatie. Medicijnen die via de sonde of met de voeding worden gegeven, met tijdstip en wie het gaf. Met twee verzorgers voorkomt dat dubbel geven of vergeten.
Met z'n tweeën bijhouden
Met sondevoeding draaien de meeste ouders in shifts. Dan is het belangrijk dat jullie allebei op dezelfde plek noteren. Een gedeeld schrift naast het bed werkt, een gedeelde notitie op de telefoon ook. Zorg vooral dat duidelijk is wat de ander heeft gedaan terwijl jij sliep. Bij de overdracht wil je in een paar seconden weten wanneer de laatste voeding was, hoeveel er zelf in ging en of de medicatie gegeven is.
Wat je níét hoeft te doen
Je hoeft geen conclusies te trekken. Het bijhouden is bedoeld om het team een eerlijk beeld te geven. Of de hoeveelheid omhoog moet, of de sonde eruit kan en wat je doet als je kind slecht drinkt, beslist het team, samen met jou. Twijfel je tussendoor, bel dan het nummer dat je bij ontslag kreeg.
Bronnen en hulp
- De instructies van je eigen ziekenhuis of kinderthuiszorg. Die gaan altijd voor.
- Fenton TR, Kim JH. A systematic review and meta-analysis to revise the Fenton growth chart for preterm infants. BMC Pediatrics, 2013.
- World Health Organization. WHO Child Growth Standards, 2006.
- De Vereniging van Ouders van Couveusekinderen, voor contact met andere ouders.
Over Hidje
Wij hielden de voedingen van onze zoon eerst bij in een schrift, en later in Hidje. Bij elke voeding vul je in hoeveel er zelf gedronken is; het deel via de sonde rekent de app uit. In Patronen zie je per dag het totaal en het percentage zelf, en met een verslag neem je het overzicht mee naar de controle. Het voorschrift en de beslissingen blijven bij je zorgteam.